• Ötztal en de kunst van het dalen (5)

    Hoe kan het bestaan! Wat denkt ge wel?!  (*)

    Dat ik hier voor mijn plezier zit te schrijven zeker? Dat ik hier voor het amusement de kunst van het dalen probeer uit te leggen? Ge denkt toch niet dat ik puur voor de leute kilometers en kilometers steile cols ga oprijden om er daarna wat voor mijn eigen over te lullen?

    Ge beseft zeker niet goed wat ik daar allemaal moet voor doen? Hee?

    Weet ge wel hoeveel bloed, zweet en tranen het kost om 1 uur of 2 uur bergop te rijden, en af te zien in de brandende zon, om nadien passend te kunnen demonstreren hoe ge moet dalen? Weet ge dat ik dat doe om u praktische kennis en kunde bij te brengen?

    Maar wat hoor ik dan?

    Dat ik te snel rijd.

    Ja, dat ik bergaf te snel rijd.

    Roekeloos.

    Rambo.

    Wat denkt ge? Dat ik daar geen oog voor heb? Hee? Dat ik dat niet zie?

    Wacht! Wacht!

    Ik heb daar ergens een foto van. Vorige week zelf genomen!

    Ha, ge gelooft mij niet? Wacht, we gaan dat godverdomme eens zien, zie.

    Een foto, hier:

    DSC05152.JPG

    Hier zie, in close-up:

    DSC05151.JPG

    Bitte nicht so schnell!

    Ge denkt dat ik dat niet zie?  

    Iedereen loopt of rijdt daar voorbij, maar ik heb daar een foto van. En ik hou met zo'n bord rekening!

    Maar ja, iedereen wil hier lezen over de kunde en technieken op een fiets. Iedereen wil net dat tikkeltje meerwaarde dat ge op een ander niet vindt.

    "Navidad, toe schrijf nog eens iets!"

    "Navidad, leg ons eens uit hoe het komt dat gij zo kunt dalen als een valk! Leg ons eens uit hoe gij dat doet?"

    En wat denkt ge dan? Dat ik dat zomaar even uit mijn duim kan zuigen? Of dat ik u dat kan uitleggen op basis van praktische kennis van... van 30 per uur in den bergaf? Verdomme ons kiekens lopen zo snel, bergaf.

    De kunst van het dalen, mijne heren (en eventueel ook dames, mochten die dit lezen), dat is kunde, discipline, beheersing, concentratie, kalmte, controle. Controle over uzelf, en over uw bike. En inschatting ook. De weg, het wegdek, de bochten, de andere weggebruikers. Inschatten en anticiperen.

    Inschatten en anticiperen. Want de wegen zijn inderdaad niet verkeersvrij. Ge moet natuurlijk geen zotte toeren gaan doen in het verkeer. Tussen auto's gaan laveren. Of bochten links nemen en zo. Of blindelings mikken, gelijk zovelen doen. Maar verkeersvrij, nee, dat zijn de wegen meestal niet.

    Ho ja, ik heb dat al een paar keer meegemaakt, verkeersvrije wegen.

    Marmotte 2006. Afdaling Col du Glandon. Verkeersvrij. 5 zwaargewonden omdat 1 'getrainde cyclosportieve' uit het kopgedeelte van het peloton zijn eerste bocht mist, een signaalgeefster meesleurt en beiden 1 'verdieping' naar beneden tuimelen. Beide 'slachtoffers' komen terug op de rijbaan terecht waar 3 naderende 'renners' hen ook niet meer kunnen ontwijken en op hun beurt een zware val maken. De weg werd anderhalf uur gesperd en hulpdiensten reden af en aan. Toen we er een tijdje later voorbijreden, zag de weg er rood van het bloed.

    l'Etape du Tour 2009, Montélimar - Mont Ventoux. Gans het parcours - 174 km - verkeersvrij. Afdaling 1e helling van de dag: Côte de Citelle. We moesten nog 4 cols doen. Recht stuk weg van verscheidene honderden meters. Vlekkeloos egaal asfalt. Maar toch een zware valpartij waarbij een paar 'renners' tegen de grond zijn gegaan en in de zijberm zijn beland. Op een recht stuk weg! En ongelooflijk, op die plaats rook het naar verbrand rubber! Verbrand rubber... van de bandjes van achternavolgende dalers die - overreagerend - even hun remmen compleet gingen dichtgooien.

    Verkeersvrije wegen. Het brengt weinig zoden aan de dijk als de rijder in kwestie geen controle heeft over zijn daalbeweging. Ik zei het al: de techniek van velen: blindelings mikken, en waar dat niet gaat: de billen angstig dichtknijpen. Daar doe ik niet aan mee. Controle, kalmte en de juiste rijtechniek. Beter daarin investeren dan als een angstige haas in de cols gaan te rijden. Snelheid moet ge ook leren ervaren en juist hanteren.

     

    (*) Trouwe bezoekers van dit blog zullen de tekst met het nodige gevoel voor relativering weten te lezen (I hope).

    ***

    Wel, dat gezegd zijnde, beste edwiN, Cee en ik reden de Rettenbachferner op (weliswaar vanaf het Mittelstation van de Gaislachkoglbahn). Het werd een inspannende klim van zowat 1 uur tot aan de gletsjer. Op noppenbanden nog wel, met te weinig druk erin. Voor de afdaling terug naar Sölden pompten we er een pak lucht bij. Slappe banden gaan immers driften in de haarspeldbochten.

     DSCI0007.JPG

    DSCI0010.JPG

    DSCI0013.JPG

  • Il Passo Rombo, en de kunst van het dalen (4)

    Merida mtb big nine.png98,4 kilometer per uur.

    Mijn topsnelheid op een fiets. Een nieuw persoonlijk record.

    En verrassend genoeg, niet op een racefiets, maar wel op een mountainbike. Een 29-er, Merida Big Nine, met Schwalbe Big Apple 2.3" rubbers.

    Plaats van de vestiging van dit record: afdaling van de Timmelsjoch, ofte de passo del Rombo, in de richting van Obergurgl-Hochgurgl.

    Datum en tijdstip: gisteren zaterdag 20 juli 2013, net voor de noen.

    Het koste mij wel vooraf enig zweet om de Timmelsjoch op te rijden, maar zo'n afdaling is een beloning die alle klimlast zeer snel doet vergeten. Spijtig dat ik geen paar trappen extra heb gegeven: zo dicht bij de 100 ...

    De 2 goed geoefende Italiaanse cyclosportieven, die net voordien de Italiaanse kant van de Passo del Rombo hadden beklommen en gelijktijdig met mij aan de afdaling richting Oetztal begonnen, heb ik niet meer teruggezien. Maar ja, hun motto was "Piano, piano!", had ik gehoord.

    Nu, als je er even bij stilstaat: de mountainbike heeft wel enkele voordelen t.o.v. een racefiets voor een afdaling:

    1. Hij heeft meer gewicht dan een racefiets. De Merida weegt zelfs meer dan mijn Scott Racing Pro. En door de 29 inch wielen is er qua wieldiameter geen nadeel t.o.v. de racefiets.
    2. De Big Apple banden zijn een droom om mee te bollen: indien goed opgepompt heb je een bolle band met een zeer kleine rolweerstand en een unieke wegligging in de bochten. Je kan er een col mee afglijden zoals een moto dat doet.
    3. Maar veruit het voornaamste pluspunt: de schijfremmen! Snel dalen doe je door ofwel niet, ofwel - bijvoorbeeld voor een bocht - zo laat mogelijk te remmen. Laat en hard remmen, dat is de kunst. Schijfremmen zijn daarvoor uitstekend: je kan er veel krachtiger mee vertragen dan met velgremmen. En als je harder kan remmen, mag je ook later remmen, en bovendien kan je tevoren ook harder rijden. Ain't all that wonderful?

    Laat ik er voor de volledigheid nog aan toevoegen dat de Timmelsjoch lange rechte wegstroken heeft, dat ik gisteren geen voorliggend verkeer had en dat er ook weinig tegenwind was. Alles speelt mee bij records, nietwaar?

    Maar n'importe of het record gehomologeerd blijft, dit was nog eens 'dalen als een valk'.

    PassoRombo-1.jpg

  • Freude am Fahren, en de castratie van een trekhaak

    Is het de macht der gewoonte? Of doen we het toch omdat we liever met eigen materiaal bollen? Feit is dat we dit jaar niet onze racefietsjes hebben meegevoerd naar ons vakantieverblijf, maar wel de mountainbikes. De omgeving leent zich immers zeer goed voor dikke-banden-werk, hadden we vooraf uitgeknobbeld.

    Maar dan moet u weten dat zowat in elk dorp van Tirol dergelijke alleterreinfietsen worden verhuurd. Cekes en ik hadden evengoed een paar bikes kunnen huren, nietwaar?

    Soit, we hebben nu onze eigen velokes ter beschikking. Alhoewel het niet veel heeft gescheeld of ze konden niet mee. De reden? Een nieuwe vondst van de briljante VW-ingenieurs!

    Yep, de nieuwe vondst op onze recente wagen: een inklapbare trekhaak! Zeer praktisch en helemaal esthetisch onzichtbaar als die ingeklapt is. De trekhaak ziet er zo uit:

    8-Trekhaak vw passat.jpg

     

    U ziet: ook het stopcontact is bevestigd op de trekhaak en die klapt netjes mee de bumper in bij niet-gebruik. Praktisch niet? Freude am Fahren, noemen de Duitse ingenieurs dat.

    Nu is dat allemaal goed en wel, maar er rees desalniettemin bij het monteren van de fietsdrager een klein probleem. Die fietsdrager is een Tacx-model. Een model dat zich enkel laat monteren op een trekhaak met ... euh ... een grotere maat. Een maatje meer, begrijpt u? Iets zoals op onze vorige auto: 

    trekhaak vw passat - 2.jpg

    Ziet u het verschil? Ziet u vooral de veel langere ... euh ... schacht? En de plaatsing van het stopcontact?

    Welnu, een Tacx fietsendrager - eentje van het model dat wij al vele jaren hebben - heeft een voorkeur voor een lange schacht. En als u dan het nieuwe Duitse inklapmodel bekijkt, dan zal u meteen opvallen dat VW's super-esthetisch-inklapbare trekhaak door de slimme montage van het stopcontact maar bedeeld is met een klein ... euh ... tsjoepke van een schacht. De nieuwe trekhaak heeft door de montage van het stopcontact als het ware zijn ballen boven de schacht zitten.

    Gevolg: de Tacx liet zich niet monteren op het inklapmodel. No way!

    Tenzij... met een chirurgische ingreep!

    Als we echt onze fietskes zouden meenemen, als we echt de Tacx zouden monteren, dan zat er niets anders op dan de nieuwe super-trekhaak ... te castreren!

    Een imbussleutelke. Enkele keren in tegenwijzerzin draaien en de 2 vijskes zijn los. Meer schacht komt vrij en de Tacx gaat nipt op de haak. Met wat Duct-tape plakt het stopcontact nu onder de haak: 

    DSCI0046.JPG

    Een Tacx-kenner ziet hier de Tacx-klem bevestigd op de haak. Volledigheidshalve moet ik eraan toevoegen dat ook die bevestiging maar heel nipt toelaat dat de drager gemonteerd kan worden, en dat de fietsen enigszins schuin naar de achterklep van de wagen toe gekanteld staan bij transport.

    Maar dat heeft onze pret niet kunnen bederven: onze bikes zijn veilig en wel met ons meegereisd en kunnen zich samen met ons uitleven op echt mountainbiketerrein. Niets kan onze Freude am Fahren verstoren! Ook Duitse ingenieurs niet!

    Grüss Gott! 

     

    Freude am fahren.jpg

    Freude am fahren 2.jpg

  • Piccard en de kunst van het dalen (3)

    De kunst van het dalen, aflevering 3.

    Eergisteren gelezen in de krant: "Ontsnapt uit auto seconden voor hij in ravijn stort." Vier Limburgers die in Oostenrijk uit hun rijdende auto moesten springen toen die van de weg raakte... Remmen oververhit. Werkten niet meer.

    Deze week heb ik dat hier ook weer moeten vaststellen: een pak autobestuurders zijn niet capabel om met hun voertuig op een degelijke manier door de bergen te rijden. In een afdaling branden de remlichten zowat continu. En bij de eerste de beste flauwe bocht wordt het voertuig ei zo na tot stilstand gebracht. Achter hen vormt zich een processie van 'gegijzelde' voertuigen.

    Ooit noemde ik dat schouwspel lieftallig het verhaal van Remmeke Rem en Freintje de Frein, maar vandaag, zoveel jaren later, noem ik deze toestanden gewoon grove onkunde.  <begin censuur/ KLOTE-CHAUFFEURS!!! /einde censuur>  

    Rijbewijs intrekken. Opnieuw leren rijden. Bij een goede instructeur liefst.

    En dan examen komen doen... bij mij! Voilà! (*)

    (*) Noot: mijn examen bestaat uit slechts 1 proef: ik beoordeel het aantal keren dat de remlichten oplichten, gemeten op een autosnelweg bij druk verkeer. Indien de door mij ingestelde tolerantiedrempel wordt overschreden, is de examinandus gebuisd. Remmeke Rem en Freintje de Frein kunnen het alvast vergeten. 

    ***

    Tot zover mijn intro op deze derde aflevering van 'de kunst van het dalen'. Een intro over hoe het niet moet.

    Hoe het niet moet is ook het verhaal van Roger Rivière, dat ik hier eerder heb gepost. En dan niet zozeer de manier waarop Rivière bergaf reed - dat was zoals geweten een drama - maar ook het relaas dat daarover op Wikipedia.nl te lezen staat:

    Nencini begon als eerste aan de afdaling van de Col de Perjuret. Rivière was de betere daler en wilde het gat met Nencini verkleinen.

    Wel, beste lezer, die tekst op Wikipedia.nl is verkeerd. Rivière was van geen kanten de betere daler. Eerst dacht ik nog dat de Nederlandstalige versie afgeleid zou zijn van de Franse Wikipédia.fr en dat daar een chauvinistische wending was gegeven aan l'histoire particulière, maar neen hoor, op .fr staat netjes (mijn onderlijning):

    Sur les contreforts du mont Aigoual, dans les descentes du col de Perjuret, Nencini fonce courbé sur son vélo en recherche de vitesse. Ne voulant laisser aucune avance à son adversaire, et bien que le sachant meilleur descendeur, Rivière s'engage à sa poursuite.

    Prenant des risques, compte tenu que le maillot jaune aurait sans doute été rattrapé dans la plaine, Rivière à cause d'une vitesse excessive perd le contrôle de sa machine et percute un des blocs bordant la route, et plonge pour finir 10 mètres en contrebas, au fond d'un ravin, où seule la chute sur un tapis de branchages lui sauvera la vie, mais le handicapera définitivement.

     

    Ere wie ere toekomt: Gastone Nencini was de betere daler, en niet Roger Rivière. Dat is ook wat ik in Martin Bons' "De kunst van het dalen" op pagina's 80 en 81 lees over Rivière in de Tour van 1960:

    "Als hij (= Rivière) Nencini tijdens afdalingen bij wil houden, zal hij enorme risico's moeten nemen. Iedereen weet dat behendigheid niet zijn grootste kwaliteit is. Vorig jaar (= 1959) kon hij ternauwernood het ergste vermijden in de afdaling van de Aspin."

    "De veertiende etappe gaat van Millau naar Avignon. De renners moeten onder andere de Col de Perjuret op en af. Nencini weet dat hij het onderscheid kan maken in afdalingen en stort zich op de col naar beneden. Andere renners laten gebeuren, want zij kennen de woorden van Raphaël Geminiani: "De enige reden om Nencini in een afdaling te volgen is als je dood wilt."  Rivière luistert niet en duikt achter de Italiaan de afdaling in..."

    Tot zover deze rechtzetting.

    ***

    En dan vraag je je nu af: vanwaar "Piccard" in de titel?DSC05159.JPG

    Wel, dat is een heel verhaal apart, vrees ik. Sta mij toch toe om het even kort te schetsen.

    Onze vakantie-uitstap speelt zich dit jaar uitzonderlijk af in Tirol, Oostenrijk.

    Nope, mijn relaas heeft niets vandoen met Limburgers die bochten missen. Wel met een verrassende vaststelling die we hier deden in ons vakantiedorp, Obergurgl. Want zie, naast een Piccardstraat en een Piccardzaal, wordt het pleintje voor de kerk ook opgefleurd door een heus Piccardmonument. Enfin, het monument staat er ter ere van degene die in 1931 de welbekende Zwitserse professor Auguste Piccard en zijn kompaan is gaan redden, nadat die met hun stratosfeer-ballon een noodlanding hadden moeten maken, ergens op de gletsjer bij Obergurgl.

    (http://en.wikipedia.org/wiki/Auguste_Piccard)

    De wereld is klein, nietwaar!

    Men prijst hier overigens Piccard voor zijn 'komst', want dat zette destijds het prutsdorp met 1 kerk, 7 boerderijtjes en 2 hotels voorgoed op de kaart als ski-oord:

    Piccard.png

    Tja, dat was dus ook de kunst van het dalen, zeker?

  • Oesje, komt de Ekiden nu ook op mijn programma?

    Down in the tunnels, trying to make it pay
    He got the action, he got the motion
    Oh Yeah the boy can play
    Dedication devotion
    Turning all the night time into the day

     

     

    "Ga je mee naar de Moezel?"

    Meerdere collega's in de club hebben het mij al gevraagd, maar tot nu toe was mijn antwoord telkens: "Neen, mijn programma zit al meer dan vol".

    Anderzijds denk ik: "Bwa, zo'n Moezel-driedaagse op de fiets, het zou mij misschien wel deugd doen." Zeker omdat die Moezeluitstap midden augustus valt, net 14 dagen voor:

    CFL 31082013.png

     

    Mijn fietsconditie is momenteel afhankelijk van de dag: de ene dag rijd ik de pannen van het dak, de andere kruip ik aan de snelheid van een slak. Er zit geen regelmaat in en ik snap niet wat mij geneert. Een hoogtekuur in Tirol zal misschien deugd doen. Je weet nooit... Een zaak is zeker: het zal 'va piano' worden op de Galibier. Als we maar boven geraken nietwaar? Zonder spierkrampen liefst.

    Na de Galibier volgt een andere uitdaging:

    Run To Walk Again.png

    Twee weken heb ik om fietsbenen terug om te turnen naar loopvoeten. De snelheid moet niet top zijn, maar ik moet wel zo'n 25km kunnen overbruggen. Dat moet lukken zeker?

    September dreigt qua fietsconditie een volledig slagveld te worden, want zie wat er vervolgens op de agenda staat:

    Brussels Marathon and Half Marathon - 2.png

    En dan dacht ik: "Een halve marathon, dat is een mooie afsluiter van het seizoen, zo zijn we het jaar begonnen ook." 

    Maar zie, mogelijk brei ik nog een extra staart aan mijn programma. Hoe dat komt? Wel, ik verander binnenkort immers van 'sponsor'. Een late transfer, zou je het kunnen noemen. Wie hier al eerder op het blog is gepasseerd weet dat ik einde mei 'met gemengde gevoelens' naar mijn startnummer van de 20km door Brussel keek. Startnummer? Een gans telefoonnummer, ja, mijn naam en faam als topsporter onwaardig (uche!!!)!

    En daarboven het logo van mijn eigenste sponsor, die mij dit nummer opspelde.

    "Eens een hartig woordje gaan praten", dacht ik toen, "Zo'n nummer! Hoe durven ze!"

    Enfin, ik heb dat dan gedaan, een hartig woordje gepraat! Met de sponsor! Praten werkt, nietwaar!

    En voilà, het heeft effect geressorteerd! Zaken in beweging gebracht!

    Yep! In beweging, 't zal nog niet zijn! He got the action, he got the motion.

    In de plaats van een ander nummer, zal ik nu een andere sponsor hebben, voilà: 

    Acerta welkom.png

    "De kracht van mensen". Ik had het als loper slechter kunnen treffen.

    En dus stel ik mij nu de vraag:

    Oesje, komt de Ekiden nu ook op mijn programma?

    Acerta Ekiden 2013.png

    ***

    Waarmee deze post beter afronden, dan met eentje uit 1986, ooit het startpunt bij mijn huidige sponsor:

    http://www.youtube.com/watch?v=k9_VOy7VipQ

    There's just a song in all the trouble and the strife
    You do the walk, yeah, you do the walk of life
    Hm, you do the walk of life

  • De kunst van het dalen (2)

    col de perjuret.pngLaat mij hier opnieuw iets doen wat op een blog niet mag. Iets wat totaal niet hoort: een stuk tekst uit een vroegere post herhalen. Zeker niet als dat een groot stuk tekst is.

    - Man, dat is al eens gelezen geweest! Dat doe je toch niet! Dat is tegen alle blog-etiquette!

    Wel euh, hier gaan we toch maar. Ik schreef ooit al een post over de kunde en onkunde van het dalen (http://mieren-van-de-galibier.skynetblogs.be/archive/2011/03/08/dalen-als-een-valk.html) Ik heb uit mijn tekst van toen een stukje nodig (zeg maar een heel stuk) voor mijn betoog. Ik wil het immers even hebben over de Col de Perjuret in de Cévennes. (1)

    ***

    ... In 2008 daalde ik de Col de Perjuret af, in de Cévennes. Dit is de col waar in de Tour van 1960 de Franse renner Roger Rivière verongelukte:

    "Nencini begon als eerste aan de afdaling van de Col de Perjuret. Rivière was de betere daler en wilde het gat met Nencini verkleinen. Hij nam te veel risico, botste tegen een blok langs de weg en viel tien meter diep in een ravijn. Een tapijt van takken redde zijn leven, maar hij kon alleen zijn hoofd nog bewegen. Hij werd per helikopter geëvacueerd naar het ziekenhuis in Montpellier, waar men een dubbele breuk aan de wervelkolom en een onherroepelijke verlamming voor 80% vaststelde. Het betekende een abrupt einde aan de carrière van één van Frankrijks meest veelbelovende profs." (Wikipedia)

    Ik kende dit verhaal toen ik, komende vanuit Meyruis, aan mijn afdaling begon, benieuwd om kennis te maken met de bewuste bocht. Wel, niettegenstaande mijn voorkennis én een bord "Virage dangereux", heeft de bewuste "virage" mij toch nog verrast. De Perjuret heeft maar 1 heel slinkse bocht, een van 90°, naar links. Geen zicht naar links vanwege de rotswand. Wegdek helt verkeerd en is heel oneffen (door afremmende vierwielers?). Ik heb daar op die plaats al mijn mountainbikekunsten mogen aanspreken en ben achter mijn zadel gaan hangen om zowel achterrem als voorrem alle kracht te laten geven om mijn snelheid te matigen en de bocht toch goed te nemen. Ik wist direct dat dit Rivières bocht was. En ik besefte even snel dat ik met de handen onderin de stuurbeugel eveneens veel kans had gemaakt op een schuiver of misschien ... een duik in de dieperik. 

    ***

    Wat sinds die afdaling steeds is blijven knagen, is het feit dat ik enkel een sterk vermoeden had dat ik toen de Rivière-bocht heb ervaren, maar daar eigenlijk geen zekerheid over had. Hoe kon ik te weten komen welke bocht Roger Rivière toen heeft gemist?

    Tijdens mijn afdaling had ik een redelijke snelheid. Ik herinner mij een quasi recht stuk, een heel eind gevorderd in de afdaling:

    Ik heb alle teugels gevierd. De wind suist mij langs de oren. Een heerlijk gevoel. En dan zie ik in een flits een bord 'Virage dangereux' aan de rechterkant van de weg. Dit is het eerste dergelijk bord dat ik passeer, en ik denk al aan een haarspeldbocht. Maar dit is anders: een haarspeldbocht kondigt zich meestal vanop een zeker afstand aan. Je ziet links of rechts naast jou de weg terugdraaien en ook krijg je bij het naderen van de 'virage en lacet' stelselmatig een beter overzicht over de gehele bocht.

    Die virage op de Perjuret is geen haarspeldbocht.

    De weg loopt quasi rechtdoor. Links van mij een witte kalkstenen muur van de Causse Méjean. Rechts de aflopende helling naar het dal. Mijn snelheid schat ik rond de 65km/h (... maar daar kijk je op zo'n moment niet naar). Een eind voor mij doemt een bocht op: de weg lijkt er achter de Méjean-muur naar links te buigen. Ik nader het buigpunt. Mijn handen zitten boven op de remgrepen. Ik begin mijn remmaneuver. Kort maar krachtig, zoals steeds. Maar dit is een linke bocht. Onoverzichtelijk tot op het laatste moment. Het wegdek helt naar buiten. Het asfalt is in oneffen ribbels gereden door remmende vrachtwagens. Elke ribbel lossen mijn bandjes even van het wegdek. De weg gooit zich haaks naar links.

    Red Alert! Red Alert! Zwaartepunt helemaal achter het zadel. De voorrem is dicht. De achterrem moet de rest van de remkracht leveren. Een stuk parkeerstrook meepikken rechts van de rijbaan. Daarop ligt losliggend grind. Ik weet mij door de bocht de loodsen, maar dit was een nipte. Nipte bochten vergeet je niet. Het adrenalinepeil staat hoog wanneer ik mijn weg vervolg naar beneden.

    Pas in het dorp van Fraissinet-de-Fourques, zo goed als beneden in het dal, realiseer ik mij dat ik de Perjuret volledig ben afgedaald en dat ik slechts 1 punt ben tegengekomen om 'u' tegen te zeggen. Zou dat Rivïères bocht geweest zijn?

    ***

    Perjuret2 stele Riviere 2.jpgIk ben sedertdien nog niet teruggekeerd naar de Perjuret. Maar via Google ben ik enkele zaken op het spoor gekomen. Er staat inderdaad een monumentje ter herdenking van wat zich toen in 1960 op de Perjuret heeft afgespeeld in de 14e Tour-etappe, van Millau naar Avignon.

    Met Google Maps en Youtube heb ik Rivières bocht verder kunnen identificeren. De foto's geven de beelden weer die ik zelf ook nog scherp op mijn netvlies zie (maar denk wel die bus even weg)

    Jazeker, ik heb daar in 2008 wel degelijk kennis gemaakt met de bocht van Roger Rivière! Heel levendig kennis gemaakt!

    ***

    Perjuret virage Rivière.pngPerjuret virage Rivière - 3.png

     Denk de bus weg:

    Perjuret virage Rivière - 2.png

     De bocht in (2):

    van Meyrueis naar Florac.png

     

    De andere kant van de bocht, met het herdenkingsmonument (dat mij toen niet is opgevallen, maar ik had daar andere beslommeringen):

    Perjuret virage Rivière - 1.png

    Ik denk dat de weggesleten witte wegmarkeringslijn, uiterst links op de foto, zowat mijn traject anno 2008 weergeeft. Zou dit misschien de nood-lijn zijn?  Onbeslist 

     

    Interessante links:

    (1) Foto 'Col de Perjuret' overgenomen van http://encreviolette.unblog.fr/2009/06/23/causses-toujours-du-mejean-a-laigoual-par-le-col-de-perjuret/

    (2) Bewegende beelden:  Von Meyrueis über den Col de Perjuret Richtung Florac: http://www.youtube.com/watch?v=4Gy7YwYAdfQ    Start de clip op 8:50, de bocht komt eraan op 9:20.

    virage Rivière.png

  • De kunst van het dalen (1)

    kunst dalen.jpgNet een leuk boek uit gelezen: De kunst van het dalen, geschreven door Martin Bons, uitgegeven in 2013 bij Thomas Rap in Amsterdam. 219 bladzijden, vlot geschreven, leest als een trein, of beter als een renner die iet of wat een helling kan afdalen.

    In 26 hoofdstukjes krijg je een pak feiten en verhalen over de goede en minder goede dalers van het profpeloton door de jaren heen.

    Dalers 'grand cru': Lucien Aimar, Gastone Nencini, Frédéric Vichot, Rinus Waghtmans, Paolo Savoldelli... Tel er ook maar Jean-René Bernaudeau bij.

    Maar de verhalen gaan ook over Roger Rivière, Wim Van Est, Luis Ocana, Joseba Beloki, Pedro Horrillo, Fabio Casartelli,... Bekende en minder bekende drama's uit het wielerpeloton.

    Doorheen de verhalen zitten de do's & don'ts verweven van de kunst van het dalen. Voor zover je dalen kan aanleren. Daarover zijn de meningen verdeeld. Wie alvast geen daler is en het ook nooit zal worden, is de auteur, Martin Bons. Elk hoofdstuk begint met de ervaringen van Bons tijdens zijn afdaling van Col de la Croix-de-Fer. De man wil dolgraag een col kunnen afrijden zoals de profs. Bollen zonder continu in de remmen te knijpen. Sneller rijden dan 65km/h. Of het hem lukt? Wel euh... nou Moe... Verstomd

    ***

    Dalen. Dat is toevallig één van mijn specialiteiten. Stoer  Enfin, misschien is het wel mijn enige specialiteit. Toch de laatste jaren. Klimmen is al heel wat minder geworden dan vroeger, en tempo rijden, nou, dat is bij mij helemaal "nou Moe!" Maar dalen, bwa! Rijd eens mee, zou ik zeggen.

    Terwijl de Tour zijn weg baant richting Pyreneeën, sprokkel ik voor de volgende dagen wat meer blogmateriaal bij mekaar over ... de kunst van het dalen.

    Tot dan! A Voi!