Vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen

 

Voor de grote kracht van de domheid moet het verstand zwichten.

(Jos van Alsenoy)

 

Heeft u dat ook? Bij momenten erger ik mij aan talloze "gangbare wijsheden en gewoonten". Zo van die zaken waarvan je je afvraagt: "Hoe is het in godsnaam mogelijk?"

Domheid die zich elke dag herhaalt en bevestigt.

Domheid op zo'n grote schaal dat je daar als enkeling niets kan tegen beginnen. Hoezeer je zelf ook beseft dat een ander inzicht en een andere aanpak beter zouden kunnen zijn.

*** 

Vooral in het verkeer vind je vele voorbeelden. Dagelijks. Het volstaat er een paar op te sommen, om mij te expliqueren:

- Bumperkleven, elke dag weer. Met de bijbehorende accordeonfiles. En elke dag hinderen de accordeonfiles de bumperklevers zelf en meteen ook alle andere weggebruikers van diezelfde autoweg, hoezeer deze laatsten ook hun best doen om anticiperend te rijden, de "eenentwintig, tweeëntwintig" regel toe te passen en filevorming te vermijden. En elke dag herhaalt zich dat. En geen enkele dwaze bumperklever die er iets uit bijleert.

- De ganse buitenkant van een rotonde met dubbel rijvak afdweilen en zodoende alle andere bestuurders op en naast dat rond punt op het verkeerde been plaatsen: "Ha neen, jij gaat nog niet afslaan, je bent gewoon molentjes aan het maken! Juist, ja!"

- De afrit nemen op een drukke autoweg om er een paar 100 meter verder weer op te komen en tussen te voegen, net daardoor de file creërend die men met een dergelijke asociale sluikmethode wou ontwijken.

- Vertragen door op het rempedaal te duwen en de stoplichten te ontsteken, wanneer gewoon het gaspedaal lossen ruim volstaat. Welke kluns heeft u leren autorijden?

Zucht. 

***

smell color 9.png

 

Tegen de domheid strijden zelfs goden vergeefs.

(Friedrich von Schiller)

 

Maar de aanleiding tot mijn post is een andere "wijsheid" die zo stilaan mijn strot begint uit te komen. En hier heb ik soms het gevoel dat ik het opneem tegen de rest van de mensheid. Tegen de rest van de fietsende mensheid. Of nog beter: tegen de rest van de fietsende mensheid die denkt dat zij andere fietsers goede raad moet geven.

Mijn recent ongenoegen werd getriggerd door een wijze raad in de brochure "Passo Stelvio" aan alle ervaren en vooral minder ervaren fietsers in het hooggebergte. De wijze raad gaat over het goed en veilig dalen en wat stond daar onder meer te lezen:

daaladvies.png

Ik ben hierover al eerder in een post van leer getrokken. Zie "De kunst van het dalen" in:

mieren-van-de-galibier.skynetblogs.be/archive/2013/07/index.html

Maar vooral mijn ganse discours in: "Dalen als een valk"

mieren-van-de-galibier.skynetblogs.be/archive/2011/03/08/dalen-als-een-valk.html

 

Nu moet je daarover niet discussiëren met coureurs, jong of oud: zij weten het met zekerheid: je moet de beugel onderaan vasthouden. Dat hoort zo.

Dat ik die gasten dan eenvoudigweg voorbij bol in de eerste de beste bocht die we in een afdaling ontmoeten, is nog altijd een onvoldoende argument.

Pas op, gans het internet staat vol met bovenstaand advies: je hebt meer controle met de handen onderaan in de beugel.

KWATSH !!!!   DIKKE KWATSH !!!!

En een gevaarlijk advies aan iedereen die niet met de ervaring en de kunde van een prof een col gaat afrijden.

Je hebt immers meer controle met de handen bovenop de remhendels.

- Je kan rechtop zittend naar de bocht toe rijden. Je hebt een beter overzicht en kan de bocht beter inschatten. Als de weg voldoende daalt en bochtig is, maakt aërodynamica trouwens weinig verschil uit, wel de manier waarop je door de bocht gaat.

- Een hoger zwaartepunt laat toe om voor eenzelfde snelheid minder over te hellen in de bocht. Je zal dus minder snel gaan slippen.

- Een hoger zwaartepunt voor de bocht, laat toe om in de bocht het lichaam naar omlaag te brengen en zo de bocht korter te nemen. Wie reeds beneden in de beugels zit kan deze extra beweging niet meer doen, ook niet als correctie-beweging mocht het nodig zijn. Elke reserve om nog met het zwaartepunt te spelen is immers reeds opgegeven door het lichaam voor de bocht reeds naar een laagste stand te brengen.

- Wie in de beugels zit, steunt feller op het stuur dan iemand die de remhendels bovenaan vasthoudt. Het is geweten - of het zou geweten moeten zijn - dat een fiets waarvan je sterk op het stuur steunt vooral de voorkeur heeft om rechtdoor te rijden. Je duwt als het ware door de naloop van de voorvork het voorwiel in de rechtdoor-stand. Niet echt de meest aangewezen actie om een bocht te nemen, nietwaar?

- Met de handen op de hendels kan je meer kanten uit met je zwaartepunt. Je kan bijvoorbeeld ook je zwaartepunt verder naar achteren verplaatsen, zelfs achter je zadel, en daardoor extra remkracht halen uit je achterrem. Mountainbikers kunnen je precies uitleggen hoe zij deze techniek meester zijn. Er zijn natuurlijk renners (en mountainbikers) met heel lange armen en die kunnen achter hun zadel gaan plakken zelfs met de handen in de beugels. Over wezens met heel lange armen zullen we het in deze post niet hebben. Het is al erg genoeg.

- Op een engelstalige website (www.globalcyclingnetwork.com/), staat dat je sneller en soepeler je stuur en dus je fiets kan bewegen wanneer je de handen in de beugels (of drops) hebt. Twee opmerkingen daarbij: een bocht nemen in de afdaling van een col doe je niet zozeer door aan je stuur te draaien, maar wel door met je zwaartepunt te spelen en je in de bocht te "gooien" of te "laten vallen", beide termen in de wielerbetekenis gebruikt. Je kan in zo'n bocht niet even "snel en soepel" gaan bijsturen. Tenzij je het decor in wil. De enige correctiebeweging die je kan maken is je zwaartepunt omlaag brengen om de bocht korter te nemen. Zie hoger. De tweede opmerking zullen de geoefende mountainbikers kunnen bevestigen: je bekomt een hoge wendbaarheid van je fiets door je zwaartepunt zover mogelijk naar achter te verplaatsen, bijvoorbeeld met je kont achter het zadel hangend. Dat gaat het gemakkelijkst wanneer je de handen bovenop de remhendels hebt, niet met twee steunpunten in de beugels.

- Wat de stuurcorrecties betreft: bij een hoog zwaartepunt kan je met kleinere correcties meer bijsturen, dan met een laag zwaartepunt. Een hoog zwaartepunt geeft meer stabiliteit en een minder zenuwachtig patroon dan een laag zwaartepunt. Een laag zwaartepunt laat toe om heviger bij te sturen, niet rustiger. Maar wanneer je onderaan in de drops zit, dan kan je quasi niet meer bijsturen, tenzij je zwaartepunt verhogen en dus je bocht ruimer nemen. Trouwens, een van de laatste zaken die je in zo'n bocht wil doen is hevig bijsturen. Naar waar bijvoorbeeld?

 

Een tweede opmerking over het Passo Stelvio advies: je kan met de handen in de beugels NIET beter aan je remmen:

- Integendeel, het is met de handen bovenop de remhendels dat je beter aan je remmen kan: je zit er immers continu bovenop! Je zit continu met 3 vingers aan je remhendels! Je kan aan je remmen zonder ook maar je greep aan je stuur te moeten veranderen of je vingers te verplaatsen. Wanneer je in de beugels zit, hebben je handen een krampachtiger houding tussen stuurbeugel en remhendels. Je riskeert ook te fel de remhendels dicht te knijpen bij een rembeweging, wat veel kans geeft op een slippartij van het achterwiel. Een Beloki-maneuver met fatale gevolgen staat je te wachten.

 

Tenslotte een 3e opmerking bij het vermelde Stelvio advies:  het is juist dat je best niet in de bocht zelf gaat remmen. Dat is juist. Maar het gevolg, dat je eerder zal gaan glijden, is niet correct. Wanneer je in de bocht gaat remmen, zal je de fiets laten uitbreken. Door het remmaneuver zal het voorwiel een kracht ondervinden die het in lijn met de kader wil brengen en dus rechtdoor wil sturen. Remmen in een bocht vergroot de kromtestraal van het tracé dat je wil volgen en zal je eerder de bocht doen missen. Het eerder gaan glijden anderzijds komt niet zozeer door het remmen in de bocht maar door het zodanig remmen voor de bocht dat het achterwiel blokkeert. Het achterwiel zal blokkeren wanneer je de remhendel te hard dicht trekt (dus te weinig gedoseerd) of wanneer je zwaartepunt zich te ver naar de voorkant van de fiets bevindt, bijvoorbeeld omwille van de houding onderin de beugel.

 

***

Soit, dat gezegd zijnde, in de wetenschap dat noch het verstand, noch de goden iets kunnen inbrengen tegen zoveel domheid, zal ik mijn exposé hier tot bovenstaande beperken en mij verder terug begeven onder de domheid van elke dag, stilletjes hopend op de komst van de Heilige Geest.

Laat ik positief eindigen met mijn eigen kleine wijsheid:

Een goede en veilige manier om in een afdaling van een col een bocht te nemen is rechtop zittend en ongeremd naar de bocht toe bollen, de bocht en het overige verkeer zo ver mogelijk inschatten, vlak voor de bocht sterk afremmen, liefst zowel met achter- als voorrem, en je lichaam en fiets in de bocht kantelen, waarbij je met gestrekt buiten-been sterk op het buitenpedaal duwt en de knie van je binnen-been zo dicht mogelijk tegen je kader drukt.

Commentaren

  • Die gedetailleerde technische uitleg over het dalen ... oké maar wat doe je met de schrik? Beloki in het achterhoofd.
    In mijn jonge jaren ook veel gefietst, ondanks de salto's die ik ooit maakte was ik geen acrobaat. Zelfs aan schansspringen heb ik gedaan. De andere coureurs die als schans diende zagen mij liever niet in koers :( Ik leek eerder op wijlen Agostino ... en nam het stuur veelal in de beugel vast wanneer het snel ging. Fout dus en te laat. Mijne Eddy Merckx hangt met kapotte banden aan de haak, mijne MTB heeft geen beugelstuur ;)

    Ik moet je nog feliciteren met je glansprestatie ! De Stelvio lijkt voor jou niet meer dan de Congoberg...

  • Hoi Yves! Ik zou ook schrik hebben moest ik de Glandon moeten afdalen met mijn handen in de beugels. Tenzij ik zo'n col ook aan een slakkegang mag komen afgezakt. Maar dat is dan niet dalen als een valk hee. :-)

    Wat de Stelvio betreft: ik heb veel ontzag gekregen voor die col, ik heb mijzelf aan de Prato-kant bij momenten naar boven gevloekt, en ja, ik ben er zeker een héél stuk trager opgereden dan op de Passo Congo hier in mijn achtertuin. Merci voor het compliment.

  • De handen in de beugels: dat heeft vaneigens zijn nut en zijn doel: als er hard gekoerst wordt, als er gevlamd wordt, dan zit je best onderin de beugel. Die houding dient om meer kracht op de pedalen te kunnen zetten, net zoals in een tijdrit met een 'triatlonstuur', of Thiery Marie indertijd met zijn elastiek aan zijn stuur-tige. Om een bochtige col af te dalen is het meestal niet heel nuttig, laat staan noodzakelijk, om veel macht op de pedalen te zetten. Men heeft dan veel meer rendement van een paar goede remmen. Nog liefst schijfremmen, als je mij laat kiezen. Er is dus ook geen enkel nut om in een bochtige col met je handen onderin die beugel te zitten. Integendeel. Maar maak dat die meute-op-2-wielen maar wijs.

De commentaren zijn gesloten.