De Mieren van de Galibier

Twee deelnames aan de Marmotte, twee verslagen. De meeste namen van personen zijn fictief gekozen.

Een derde verslag is toegevoegd: het verhaal van Johan, 'Jaco', die in 2005 als eerste durver van onze club de Marmotte bedwong - solo ! - en het jaar nadien terug ging om samen met zijn broer en een gans ploegske het mythische parcours nogmaals af te leggen. 'Jaco' is een rasechte Mier van de Galibier.

 

 

lamarmotte.jpg

 

 

2006

Onder het motto 'dit moet ik toch ooit eens doen', schreef ik mij enthousiast in voor de Marmotte. De voorbereiding slorpte veel vrije tijd op. De rit zelf verliep niet zonder hindernissen. Het weer was prachtig, het parcours was schitterend, maar het behaalde resultaat gaf weinig voldoening. Er bleef nadien iets wringen.

 

De Mieren van de Galibier

Marmotte 8 juli 2006

Wat eraan voorafging.

Toen ik begin januari tijdens de nieuwjaarsreceptie van de club Eric en Johan meedeelde dat ik wel zin had om dit jaar mee de Marmotte te rijden, had ik er helemaal geen idee van of en hoe mij dat dan wel zou lukken. Ik had weliswaar in de voorbije maanden met het mountainbiken een goede basisconditie opgebouwd, maar er zouden nog heel wat kilometers moeten volgen om voldoende voorbereid aan die zware cyclosportieve te beginnen. En die kilometers werden ons dit jaar – door de weersomstandigheden - duur verkocht!

Op mijn programma stonden:

-de finale van de Ronde van Vlaanderen, 140km samen met karakter-man Gerd en ploegmaat-Marmottien Mike, in de gietende regen. De andere Marmottiens, Eric en Stijn, rijden de volledige afstand;

- Mons-Chimay-Mons, 209km samen met Filip, in de regen;

- Rivières et Châteaux, 187km samen met Filip en met Peter, in de regen;

- daags nadien de 2e rit van de clubdriedaagse in Anhée, 120km, in de regen;

- Zottegem-Roubaix-Zottegem, 180km samen met Nick & Co. In België prachtig zomerweer, maar op de Franse kasseien kregen we … regen;

- Tilff-Bastogne-Tilff, 220km met een eerste maal ons Marmotte-ploegsken voor driekwart tesamen: Eric, Mike en ikzelf. Stijn, onze vierde man, was als mecanicien van dienst op het parcours. Hé, kregen we eindelijk mooi weer!

- de mountainbike Regiotoer, 130km, waar mijn benen goed waren, en die van Eric ook, maar Mike op het einde “bisjkes” zag.

Met 5600km in de benen moest de laatste test, het klimkampioenschap “van ’t werk”, mij zekerheid geven dat ik klaar was voor het avontuur. Héwel, ik ben nog nooit zo slecht de Wanne, de Rahier of de Vecqué opgereden! Bij de eerste tempoversnelling onmiddellijk gelost en meer op karakter dan op souplesse elke helling opgetuft. Miljaar, binnen 14 dagen zou ik 4 cols buiten categorie moeten oprijden. Mijn vertrouwen compleet gekelderd.

Vrijdag 7 juli

Gisteren hebben we met Mikes Serena-ken, een monovolume met grotere binnen- dan buitenafmetingen, de trip van Ninove naar Alpe d’Huez afgelegd. Op een niet-geplande verkeersopstopping… in Ollignies… na, verliep de reis ongehinderd. Vandaag zullen we de benen even losrijden: de aanloop van de Croix-de-Fer en 2 bochten van l’ Alpe d’Huez. Ik wil namelijk voelen hoe steil dat daar eigenlijk wel is. De Serena had het hier serieus lastig, maar op de fiets zien wij het wel zitten. Met mijne 34x25 als kleinste versnelling mag dat al eens een beeteke steil zijn. Zelfs de benen lijken in goeie doen. Goed zo!

Een pasta “Marmotte” als middagmaal op een rustig terrasje in Bourg d’Oisans. Daarna boven op de Alpe ons inschrijvingspakket ophalen. Fietsen in orde zetten voor morgen: we hebben de ondergrondse garage van het hotel als atelier voor ons alleen. Hotel le Pic Blanc bevindt zich op een paar 100 meter van de arrivee. Eric had dat vorig jaar goed gezien.

Aan het aantal lege tafels ’s avonds in het restaurant te zien, lijken er precies niet zo heel veel Marmotte-rijders in het hotel te logeren? Tiens?! Na het avondmaal, vraagt Mike aan de garçon – voor alle zekerheid en voor de 2e keer – of wij toch zeker morgen héél vroeg, zo rond 5u30, zullen kunnen ontbijten? “Pour la chambre 406”. De man bekijkt Mike enigszins verwonderd, maar weet een minuutje later wel te bevestigen dat de keuken vanaf 5 uur open zal zijn. Een hele geruststelling! Nu enkel nog zorgen dat we tijdig wakker zijn, zodat we ons ontbijt niet missen. Het is nog geen 23 uur wanneer we het licht doven voor een korte nachtrust.

Zaterdag 8 juli

Tuut tuut tuut tuut. Rrrrrrrrrr. Tuut tuut tuut. Rrrrrrrrrr. Tuut tuut…. Een groene lamp verlicht het plafond. Hé, ’t is toch nog maar 4u30? Met een paar verwensingen legt Stijn zijn gsm het zwijgen op. Een SMS van schoonvader om te laten weten dat zij in vakantie vertrekken en ons succes wensen. Om halfvijf ‘s morgens, nee toch?

Tuut tuut tuut… 2 gsms deze keer. Vijf uur. Nu is het menens. De Marmotte wacht. In het hotel is al beweging te horen. Groot is onze verbazing wanneer we beneden het restaurant afgeladen vol wielertoeristen aantreffen: Belgen, Italianen, Fransen, Nederlanders, Britten, Luxemburgers,..! We zijn precies toch niet alleen! De pasta vind gretig aantrek, en ik forceer mezelf om minstens ook een vol bord pasta-zonder-saus naar binnen te spelen. Een goede fond voor straks.

De startplaats is beneden in de straten van Bourg d’Oisans en we laten ons de berg afbollen. We vinden het blok dat overeenstemt met onze nummers (1998, 1999, 2000) en met Mikes speciaal startnummer (kleiner dan 4162). 7u29: de start is gegeven. De bende zet zich in beweging, richting Rochetaillée, richting Croix-de-Fer. De lichtdalende steenweg zorgt ervoor dat we snel aan de voet van de Croix-de-Fer aankomen.  

Col de la Croix-de-Fer

Een 6000-tal renners begint de beklimming van deze lange col (22km). Het is er, laten we zeggen, nogal druk. Aan de linkerkant van de weg slagen wij erin om de trager rijdende fietsers in te halen. Alles gaat goed en we blijven in mekaars buurt, totdat, een paar kilometer ver in de klim, mijn ketting vooraan naast het kamwiel loopt. Even naar de zijkant van de weg. Mike roept naar de maten dat ik een probleem heb. Een paar tellen later heb ik mijn ketting weer op het binnenblad en wil ik de achterstand dichtrijden. Maar dat zal niet lukken: de ketting gaat er na 2 keer trappen opnieuw af en weer sta ik te voet. Dit gebeurt nog een 2-tal keren en enkel met de ketting op het 4e kroontje (de 19), kan ik enigszins rijden. Merde, moet ik op deze versnelling heel die col op? Door het vastlopen tussen kader en kamwiel is de ketting nu verwrongen en er is ook een schakel beschadigd. Klein rijden kan niet, groot rijden riskeert de ketting helemaal te breken. Materiaalposten of –wagens zijn er niet. Met de courage en de macht die ik op deze eerste col nog heb weet ik verder te rijden. Enkel in het steile stuk van meer dan 10% net na een afdaling heb ik assistentie nodig zoniet riskeer ik de ketting helemaal door te duwen. Ik krijg steun van een motard die mij even over dit steile stuk helpt. Daarna gaat het weer verder op eigen kracht. Hoewel het landschap rondom ons zeer mooi is daar op de Croix-de-Fer, geniet ik er niet van. Ik ben hier naar mijn goesting te groot aan het trappen en misschien zal ik dat later duur moeten betalen. 

Een paar kilometer voor de top van de C-d-F, volgen we de afslag naar de Glandon. Daar is een bevoorradingspost voorzien, maar geen materiaalpost. Omwille van een zwaar ongeluk in het begin van de afdaling, worden alle renners boven tegengehouden. Een fietser uit een van de voorste gelederen van de groep heeft er een bocht gemist, heeft een signaalgever aangereden en beiden zijn 1 verdieping omlaag gevallen, waardoor ook een 3-tal renners op dat lager niveau ten val zijn gekomen. Net zoals vorig jaar dus weer een zwaar ongeluk op de Glandon. Is het alleen de afkoeling door het lange stilstaan die mij rillingen bezorgt? Door het oponthoud kan ik Eric en Stijn nog net signaleren dat ik materiaalpech heb. Na anderhalf uur wachten kan ik eindelijk samen met Mike aan de afdaling van de Glandon beginnen. We zijn beide redelijk goede dalers en we genieten van de lange bochtige afdaling. Even leeft bij ons nog de hoop dat we onze kompanen nog zullen bijbenen, maar hun voorsprong is te groot en we zullen hen pas na de aankomst terugzien.

Saint-Jean de Maurienne

Ik zal vandaag geen goud halen : na het lange oponthoud op de Glandon, ben ik verplicht om in het stadje Saint-Jean de Maurienne een fietsenmaker op te zoeken voor een nieuwe ketting. Op aanwijzing van een behulpzame bmx-er vind ik de fietshersteller en – hoewel die net wou sluiten voor zijn middagpauze – monteert  hij mij toch nog een nieuwe ketting en pionkroontjes. Intussen tikt de klok: 30 – 40 – 45 minuten. Mike heeft de wijze beslissing genomen om al verder te rijden en wanneer ik Saint-Jean uitrijd en weer op de “Nationale 6” kom, is hij net aan de beklimming van de Télégraphe begonnen: “Tot straks!”

Veel volk om bij aan te sluiten zie ik rondom mij niet meer en ik begin alleen aan de brede, 14 kilometer lange weg naar Saint-Michel de Maurienne. De wind zit tegen. Mijn moreel zit op een dieptepunt. 

Col du Télégraphe

Pas in St-Michel kom ik terug “in ’t volk” en na een korte tankbeurt begin ik aan de Télégraphe. Een vriendelijke col. Redelijk steil in de eerste kilometers (+- 10%), maar daarna gaat het gelijkmatig aan 7 à 8% verder. Ik vind mijn tempo en op 34x23 pedaleer ik naar boven. Ik loop enkelingen, duos en trios in en dat geeft courage. Het bladerdek geeft koelte en ik geniet van de klim. In 11km klim je van 712m naar 1570m. Daarna volgt een korte afdaling naar Valloire en kan de 50 even dienst doen. In de bevoorrading in Valloire kan je je een Frans menu samenstellen met allerlei streekspecialiteiten (stokbrood, brie, tomaat, ham, abrikozen,… sla!), maar ik hou het bij een Belgische schotel “peperkoek-met-appel-en-banaan”. Nog even de drinkbus vullen en het grote werk kan beginnen.

Col du Galibier

Met zijn 2642m ligt de Col du Galibier een dikke 700m hoger dan de Mont Ventoux en die laatste ken ik intussen al een beetje. Met 700 meter meer respect en reserve begin ik aan mijn klim. Hoe zwaar wordt dit hier? Geen idee!

De eerste kilometers lopen aan zo’n 6% omhoog. Niet heel lastig. Ik geniet van het geruis van het bergriviertje rechts beneden en van het uitzicht op de hier en daar besneeuwde bergtoppen rondom. Snel een foto en weer verder. Ik zit terug in het lange peloton Marmotters en mijn ritme laat mij toe om stelselmatig renner-per-renner voorbij te pedaleren.

Net voor de lange bocht van Plan Lachat zie ik rechts van mij het beeld waar Eric het vroeger al meermaals over had. Een beeld dat uniek moet zijn aan deze Marmotte-rit. Op de schuin oplopende flanken tegenover mij zie ik ze kruipen: een lange sliert stippen die zich langzaam naar boven beweegt. Zonder begin, zonder einde. Fietsers die zich bergop hijsen. Elke stip gedwee het spoor volgend van zijn voorganger. Gelijk mieren, zei Eric. Een prachtig beeld.

Ik ben zelf ook zo’n mier en voel mij klein in dit decor. Ook verder, in het steilere bochtige gedeelte van de col, blijven de mieren steeds aangeven waar je naartoe moet. Nog meer dan de ambiance op de Alpe of de ervaringen elders in de rit, is dit het beeld dat mij van deze tocht het meest zal bijblijven: het beeld van de mieren. De Mieren van de Galibier. 

Pitstop

De Galibier heeft zich anders wel laten voelen, nietwaar Stijn? Onze ploegmaat staat vandaag gebrand op een goede tijd. Vorig jaar is hij niet echt voluit kunnen doorgaan en nu moet dit wel lukken, de verloren tijd op de Glandon niet meegeteld. Samen met een altijd goed rijdende Eric heeft Stijn vlot de eerste 3 cols verteerd als daar boven op de Galibier – zijn het de zenuwen of heeft hij iets verkeerd gegeten? – Stijn een plotse aandrang voelt opkomen die hem doet uitkijken naar … een toilet. Gelukkig is boven op de col de nodige accommodatie voorhanden en kan hij “complicaties” vermijden. Met zijn onvoorziene pitstop is hij nu wel zijn ploegmaat kwijt, want de frisse temperaturen op de “sommet du col” nodigen Eric niet uit om daar te blijven staan. Vanaf nu zijn we dus elk “op ons eigen”: eerst Eric, 7 minuten verder Stijn, 20 minuten verderop Mike en nog eens een dik half uur later ikzelf.

Ook ikzelf zal een pitstop moeten maken, maar dan wel om een andere reden. Na een vlotte klim op de lange stroken, luk ik erin om ook in het steile, bochtige stuk van de Galibier een redelijk tempo aan te houden. Door mijn kunstmatig opgebouwde achterstand ga ik voortdurend tragere klimmers voorbij en dat geeft extra moed. Maar dan, op zo’n 4 kilometer van de top, gebeurt wat ik het meeste vreesde: spierkramp! Een snel opkomende kramp blokkeert de binnenkant van mijn beide bovenbenen, vanaf de knie tot de lies. Een beetje wrijven helpt geen… kramp, en ik moet noodgedwongen naar de kant van de weg. Na wat pijnlijke grimassen kan ik de verkramping min of meer wegmasseren. Om verdere blokkages zoveel als mogelijk af te houden, rijd ik de laatste kilometers op een zo groot mogelijke versnelling naar boven: 34x21. Het grootste deel recht op de trappers. Een enkele toeschouwer denkt zelfs dat ik demarreer! Moeilijk gaat ook en met een zucht van verlichting bereik ik de top. De afdaling zal helpen om de spieren weer soepel te krijgen… hoop ik.

Windvestje aan. Bergaf. Brede weg, ruime bochten. De Lautaret afrijden is plezant. Onderweg nog een korte stop voor een foto. Het decor is hier fotogeniek. Volgende keer beter een webcam op mijn helm monteren.

Op de grote baan naar Bourg d’Oisans vormt zich een groepje van een 6-tal man. Hardrijders. Welgekomen gezelschap om de 25km naar Bourg te overbruggen. Het gaat vooruit. Tunnels door, de zonnebril inderhaast tussen de tanden geklemd. Op een korte klim ruil ik mijn hardrijders in voor een paar beter klimmende Hollanders en met die compagnie bereik ik de afslag in le Bourg d’Oisans. Nog 15km. Bergop. L’Alpe d’Huez. Drinkbussen nog eens vullen, een kleinigheid eten en there we go!

l’Alpe d’Huez

Naar de kleinste versnelling en duwen. Draaien lukt hier niet. Bocht 21. Zal ik de bochten aftellen of de kilometers? De zon brandt. Drinken. Temperatuur zit ver boven de 30 graden. Elke schaduw krijgt mijn appreciatie. Drinken. Soepel loopt het niet meer, maar ik passeer een paar andere klimmers en zolang ik vooruit ga ben ik tevreden. “VOL HOU” staat op de weg geverfd. “VOL HOU”. Doet mij terugdenken aan wat we ooit in Aix-les-Bains op de grond zagen staan: “SNOTEIP”. Jazeker, ik ben van plan vol te houden.

In la Garde wat fris water drinken. Vanaf hier wil ik doorrijden tot boven. Dat lukt tot het dorpje Huez, waar verkrampte spieren (dezelfde) mij opnieuw van de fiets dwingen. Deze keer heb ik 10 minuten nodig om de benen weer enigszins bruikbaar te krijgen. Ik wil verder en met halfgeblokkeerde bovenbenen ga ik rechtop de trappers weer van start. Weer op de 21. Gelukkig is het steilste stuk voorbij.

Een jonge gast, collega van Jaco, herkent mijn clubtenue en komt even goeiedag zeggen. Sorry, J, ben vergeten zijn naam te vragen, maar je hebt de groeten vanop Alpe d’Huez.

Tegenwind. Bocht 3 ligt verdomme ver! VOL HOU!

Dan de chalets. Guerini. De laatste kilometer. Supporters. Tunnelke. Rechtsop. Nog 1 keer naar links. Zoetemelk. Laatste rechte lijn. De streep. We did it! 

En, viel het mee?

Met al het tijdsverlies onderweg zijn onze tijden spijtig genoeg niet schitterend, maar het feit dat we de Marmotte 2006 gezond en wel hebben afgewerkt verdringt heel snel het gemis van een “gouden tijd”.

’s Avonds op het caféterras (bij een grote pint) twijfelen we er alle vier aan of we een volgende keer nog zien zitten. ’t Is mooi geweest. En de dagen (zeg maar weken) nadien hangt de Marmotte nog voelbaar in ons lijf. Geen bezigheid om elke week te doen.

Maar zullen we volgend jaar de kriebels kunnen weerstaan? Never say never.

 

La-Marmotte-Course-775x600.jpg

 

2007

Muzikale intro: Ecstasy of Gold...  http://www.youtube.com/watch?v=wV0wPBYDQ6Y

Revanche

Marmotte 7 juli 2007

 

MARMOTTE2007 054.jpgMet meer dan 6600km voorbereiding in de benen - 1000 meer dan vorig jaar – sta ik in Bourg d’Oisans te wachten op het startsignaal. Ik heb nummer 766 en sta, samen met mijn compagnons, in de 1e groep deelnemers, die met nummers 1 tot en met 2000. Na ons zullen om 7u30 opnieuw 2000 man vertrekken, en een half uur later nog eens 2000.

Het wordt weer een snelle start, licht bergaf, richting Rochetaillé. Mijn collegas Bert en Jo zitten in mijn buurt. Onze vierde man, Dirk, heeft nummer 246 en koerst al een eind voor ons uit, op zoek naar een sterke tijd. Voor ons drieën is het motto "Genieten!". ’t Is te zeggen, dat is wat we ons gisteren hadden voorgenomen...

Col de la Croix de Fer.

Wie de col kent zal het wel weten: aan de Croix de Fer komt gewoon geen einde. 27km vanaf Rochetaillé tot de afslag naar de Glandon, met enkele stukken van 9 tot 10% stijgingspercentage. Eens je de boomgrens voorbij bent, loopt de weg een heel stuk gemakkelijker en heb je een prachtig uitzicht rondom. Ik ben iets voor 9u boven.
 
Er volgt een lange bochtige afdaling naar Saint-Etienne de Cuines. Her en der staan borden “DESCENTE DANGEREUSE” en “VIRAGE DANGEREUX”. Maakt weinig indruk: mijn daaltechniek even aanwenden. De snelheid ligt hoog. Skiën, noemde  Mike dit vorig jaar. Wel opletten voor tegenliggers. Beneden in St-Etienne de Cuines terug een bord: "4 DOS D'ANE". Qué? Nog voor we goed beseffen wat dit opschrift betekent, hotsen we aan zo'n 50 per uur over de eerste verkeersdrempel. Aaaaah, c’est ça un "dos d'âne"! Pas op mannen, nog 3!
Jo, een straffe daler, heeft mij ingelopen en we nestelen ons in een grote groep waarmee we de brede N6 van Saint-Jean naar Saint-Michel de Maurienne afmalen. Bij momenten staat de teller op 40 per uur. Het gaat goed vooruit.
 
Saint-Michel-de-Mne
     
Onder de brug door, begin van de 2e col van de dag, de Télégraphe. De eerste kilometers zijn het steilst, weer gemiddeld 9 tot 10%. Nadien constant tussen 7 en 8%. De zon brandt harder dan vorig jaar. Dat gaat hier precies nog warm worden vandaag. Ik pedaleer rustig naar boven. Boven op de Télégraphe even water bijvullen en dan 5km afdaling naar Valloire. Eén kilometer buiten Valloire staat een grote bevoorradingspost, met eten, maar vooraleer ik die bereik, krijg ik af te rekenen met een plotse kramp in mijn rechter hamstring. Even naar de kant en de geblokkeerde spier weer soepel masseren. Amaai, en ik ben zelfs nog niet begonnen aan de Galibier! Veel drinken, zegt een Vlaamse toeschouwster, terwijl ik met een pijnlijke grimas mijn kramp tracht weg te kneden.

 

Weer op de fiets en met een duwtje in de rug door een sympathieke supporter vertrek ik opnieuw, voor 16km Galibier. Echt soepel loopt het niet: ik tracht niet al te klein te draaien, uit vrees voor een nieuwe krampscheut. Dat geeft mij wel de tijd om rond te kijken: de wild ruisende bergrivier rechts beneden, en vlakbij een herder met een enorme kudde schapen en 3 honden. Twee zwarte, die ’t werk doen, en een witte, die rustig achter de kudde aan tjokt. De boomloze grillige bergcontouren, hier en daar met een plek eeuwige sneeuw. Eeuwig? Die sneeuw lijkt vandaag serieus te smelten.
 
Plan Lachat komt in zicht. Rechts van mij het steile, bochtige stuk van de col. Minder Mieren te zien dan vorig jaar: ik zit veel verder vooraan dan een jaar geleden. Zo gauw ik de bocht van Plan Lachat door ben, kan ik naar mijn kleinste versnelling: 34x26. Zeven kilometer tussen 8 en 10%. Een machtig decor rondom mij, maar ’t is hier verdomd lastig. Ik wissel regelmatig tussen zitten en rechtstaan, tussen 26 en 23. Enig doel: vooruit geraken zonder krampen. Mijn tempo ligt niet heel hoog, bij momenten zelfs maar 7km/h, maar zo heel veel volk komt mij niet voorbij. De hamstring houdt zich nog net gedeisd, maar ook mijn knieën staan op springen. “Veel drinken”, gaat het door mijn hoofd.
 
856567_Screen.jpg12u50, top Galibier.

Jo is iets voor mij boven gekomen. Nog snel een extra paar tubes glucosedrank in de achterzak, even de drinkbus vullen, bodyke dicht en naar beneden. Langs de brede weg van de Lautaret. Full speed. Eén man in wit-groene trui volgt mij. Jo zit een 2-tal bochten voor ons uit. Die is weer op zoek naar een peloton. Wíj zijn tenminste al met twee.

In de afdaling vormt zich geleidelijk aan een groep van een 20-tal renners, onder wie één dame. 60-65 per uur. Enkele donkere tunnels door, mijn bril tussen de tanden. Net voorbij La Grave hebben we Jo te pakken, die nog steeds alleen aan zijn chasse-patate bezig is. Een tikje op zijn schouder: “Kom, stap in. Ik ben hier met mijnen trein!” Jo blij.

We denderen verder richting Bourg d’Oisans. Op een kort knikje moet iedereen even naar de kleinere versnelling. Dat doet geen deugd. Maar daarna is het weer volle gaas voort. We hebben zelfs al een zwaantje in ons peloton.

Bourg d’Oisans.

Aan de nieuwe rotonde staat de laatste bevoorrading: drinkbus nog eens vullen, een paar gedroogde abrikozen opknabbelen. Jo rijdt intussen door. Nog een kleine 15km tot de finish. Maar dewelke! Hier beneden staan veel supporters en we worden met luid handgeklap aangemoedigd. Er rolt een rilling over mijn rug.

l’Alpe d’Huez.

21 bochten. 14km. Het is 14u. De zon zit zowat op haar hoogste punt. Weinig schaduw. En warm: 36°C meet mijn Polar. Naar de kleinste versnelling: tussen bochten 18 en 15 stijgt het tot 14%. Gelukkig zijn de bochten vlak. Ik gebruik die om telkens even diep te ademen. Het 10km bord. Ik rij daar net 10km/h. Nog 1 uur doorzetten dus. Maar dan iets vreemds: een tijd later, bij het 8km bord, zie ik op mijn teller 8km/h. Dat is dus nog altijd 1 uur rijden. Eh?

La Garde in zicht. Pfffft, lek achteraan. Bon, afstappen en bandje vervangen dan maar. Vind ik helemaal niet erg. Ik sta hier ideaal, net in de schaduw van een boom. En daarbij, een mens rijdt niet elke dag lek op Alpe d’Huez, nietwaar?

La Garde

Drankbevoorrading: stoppen en drinken. Ai, voet te bruusk uit pedaal gedraaid. Kramp! Twee minuten massage, nog eens drinken en weer voort. Het is aftellen nu. Naast “VOL HOU” lees ik op een van de steile stukken in even grote letters ook “GENIET VAN HET UITZICHT”. Zwanzers!

Eens het dorpje Huez door, kan je de hotels van de Alpe zien liggen. Het doel is binnen oogbereik. Dat geeft extra moed. Ik zie mijn snelheid al eens oplopen naar 10 – 11 per uur, en dan weer terugvallen naar 8 – 9. Bocht 3 is in ’t vizier. Er is minder wind dan vorig jaar. 15u28: foto van PhotoBreton. Ik rijd Alpe d’Huez binnen. Om 15u35 passeert de tijdsopname-mat onder mijn wielen door. De chip aan mijn enkel klokt een totaaltijd af van 8u32min59sec. Goed voor een Brevet d’Or. Een geslaagde revanche voor het débacle van vorig jaar. Met veel voldoening laat ik mij de zone d’arrivée inbollen. Oef, de klus is geklaard.

Waar eindigen de anderen: Dirk op 7u31min, Jo op 8u29, Bert op 9u40.’t Is genoeg geweest, vinden we allemaal. Maar ja, dat zegden we vorig jaar ook.

 

875076_Screen.jpg

Gegevens:

 

Afstand: 174,2km
Col de la Croix de Fer:  22km
Col du Télégraphe: 11km
Col du Galibier: 16km 
L’Alpe d’Huez: 14km
Totale tijd: 8u32min59sec
Effectief gereden tijd: 8u08min49sec
Gemiddelde snelheid: 21,4km/h
Maximale snelheid: 77,4km/h
Hoogtemeters: 4855
Gemiddelde hartslag: 143/min
Maximale hartslag: 165/min
Verbruikte energie: 6643kcal
Gemiddelde temperatuur: 22°C
Maximum temperatuur: 36°C
Minimum temperatuur: 9°C
 
 
 
 
 
 
***  
 
 
 
 
Jaco's verhaal
 
 

Verslag Marmotte 2006 : zaterdag 24 juni.

 

Deelnemers :

 

Fietsers :

 

Juan : 19 jaar (toekomstig schoonbroer Gert/Bram)

Bram : 20 jaar (broer van Gert)

Gert : 26 jaar

Johan V : 38 jaar

Johan J : 37 jaar

Chris J : 43 jaar

Jean-Pierre : 57 jaar (peter van Sven)

 

Volgers :

Sven en echtgenote Sofie

Flor J en echtgenote Irma (ouders Johan/Chris J)

 

Verzorgster :

 

Marleen (echtgenote Johan V)

 

Mascotte :

 

Ons Britt (dochtertje van Sven en Sofie)

 

 

Verslag :

 

Zaterdagochtend 24 juni, 08u00.

7 (lichtjes zenuwachtige) fietsers zetten gehelmd de afdaling in van de beruchte col die ze enkele uren later terug hopen te bestormen. Doel : DE MARMOTTE !!!

 

Uitleg voor de leken onder ons : De Marmotte bestaat erin de volgende cols te bedwingen :

  1. Col de la Croix de Fer : 28 km, hoogte : 2067m
  2. Col du Télégraphe : 12km, hoogte : 1565m
  3. Col du Galibier : 17km, hoogte : 2645m
  4. l’Alpe d’Huez : 15km, hoogte : 2100m

 

Totale afstand (met de afdaling bij de start) : 198km !!!!!!!

 

Vanuit Bourg d’Oisans gaat het eerst een tiental kilometer in gestrekte draf bergaf naar de voet van de eerste col. Op deze drukke steenweg wordt het ons niet in dank afgenomen dat we twee volgwagens bijhebben en de buschauffeur achter ons laat dan ook luid toeterend zijn ongenoegen merken.

 

Aan de voet van de Croix de Fer (‘het ijzeren kruis’, zo genoemd omdat er op de top inderdaad een ijzeren kruis staat) houden we al onze eerste tussenstop om helmen, vestjes en andere overbodigheden in de auto’s te deponeren. Het is hier dat ik Johan V beloof dat ik, indien hij zijn gemiddelde snelheid van 30,4km/u houdt tot het einde, hem een wereldreis – first class - betaal.

 

We zetten aan voor de eerste col en achter mij (’t is hier nog vlak dus kan ik al eens volk achter mij houden) hoor ik nog tamelijk veel ‘gebabbel’. Wanneer de eerste stijgende meters op de muur van het eerste stuwmeer zich aandienen zakken snelheid en geluidniveau aanmerkelijk. Een jeugdig (overmoedige ??) Juan snelt meteen van ons weg. Alle waarschuwingen ten spijt is hij naar hier afgereisd met een 42x24 als kleinste versnelling. Met zijn cadans is het dan ook niet anders mogelijk dan dat hij van ons wegrijdt.

 

Gert snelt hem achterna (om hem tot kalmte aan te sporen) en zelfs (ook jeugdig overmoedige??) Jean-Pierre laat mij, Johan V en Bram ter plaatse. Eerlijkheidshalve dien ik wel te zeggen dat Juan tot voor kort tot de categorie ‘liefhebbers onder 23 jaar’ behoorde, maar dat hartritmestoornissen hem noopten de competitieve wielersport een vaarwel te zeggen. Na enkele kilometers staat onze vriend ons dan ook op te wachten want zijn hartslagmetertje haalt onheilspellend hoge cijfers. Het kleine verschil in overbruggingsafstand tussen mijn 30x23 en Johan V’s 39x29 zorgt er ook voor dat Johan mij laat rijden.

 

 

11800509_603599489743174_865314267063617962_n.jpg

 

 

Na 6 km komen we in een eerste dorpje (nvdr: Rivier d’Allemont) waar ik halt hou aan de volgwagen om een ‘zweetband’ te zoeken, want ondanks het vroege uur is het al zo warm dat zelfs de mussen het vertikken om te vliegen en liever te voet gaan. Hier pikt JV mij terug op en beiden met een beetje water in de wijn (ik een trapje minder, hij een trapje meer) vervolgen we de beklimming.

 

Na 10 km komen we aan een zeer korte, steile afdaling, gevolgd door een minder korte, even steile beklimming. Hier zien we Gert in de verte al rijden: ”Amai, dat worden verscheidene minuten aan ons been!”.

 

Wanneer het steile gedeelte achter de rug is halen we JP ook bij en met ons drietjes vervolgen we de rest van de beklimming. Bram, die tot vorige zaterdag met de neus in de studeerboeken zat en dus weinig tot geen tijd had om zich voor te bereiden, kiest voor een trage maar gestage

beklimming.

 

Eens boven de boomgrens uit komen we aan een tweede stuwmeer (nvdr: Le Lac du Grand Maison) en zien we in de verte de top reeds liggen. Een lichte afdaling later zitten we middenin een kudde schapen die met herder en honden de weg kruist. Hetgeen deze diertjes op de weg achterlaten zorgt voor vliegenoverlast maar gelukkig komen we enkele minuten later al aan op de top.

 

Hier geen telefoontjes uit de volgwagen ivm de volgorde waarin we de top dienen te behalen. Zelf op de finischfoto is er geen onderscheid te zien en worden we alledrie als tweede geklasseerd. “Het eerste vel hangt op onze zolder !!!!”.

 

Even later halen ook Bram en Juan, die terug heeft aangezet, de top. De dames houden een sanitaire tussenstop terwijl wij onze helmen en andere beschermende kledij aantrekken om naar de vallei en St Jean de Maurienne af te dalen.

 

Vorig jaar maakte ik hier de fout om de afdaling via de achterzijde van de Col de la Croix de Fer te doen. Halverwege stond echter het gevreesde bordje ‘DEVIATION’ en diende ik via de beklimming van Col du Mollard verder de gaan. Alsof vier cols al niet genoeg is !!!!

 

Een ezel stoot zich echter geen tweemaal aan dezelfde steen en eieren voor mijn geld kiezend loods ik de groep via de Col du Glandon naar beneden. Mijn dalerscapaciteiten zijn echter niet om naar huis over te schrijven en halverwege staat de groep mij op te wachten, denkend dat ze al beneden zijn. Ik snor ze voorbij me de melding : “Jongens ’t is nog zeker 10km”. Hierdoor neem ik enkele bochten voorsprong. Het duurt echter niet lang vooraleer Gert, Juan, Johan, Jean-Pierre en Bram me terug voorbijsnellen. Ook hier zijn echter wegenwerken aan de gang (zou het ook hier een verkiezingsjaar zijn??) en met behulp van een rood licht kan ik de kloof iets dichten.

 

Eens in de vallei volgt naar wat later zal blijken één van mijn zwaarste stukken van de rit. 25 km licht glooiend parcours met zwakke, lichte tot stormachtig toenemende tegenwind, stuwde ik er mijn hartslag constant rond 170 klopkes per minuut. Wanneer we dan ook de tweede klim aanvatten (nvdr: Col du Télégraphe) hou ik het (zeeeeeer) rustig en nestel me in J V’s wiel, die een voor mij perfect tempo aanhoudt.

 

De ellenlange conversatie die we voerden op de eerste col blijft hier uit. Grote minpunt van deze beklimming : er is een chronorit bezig van oldtimers tot splinternieuwe Ferrarimachines. Om de haverklap worden we voorbijgesneld door één of andere gek die met gierende banden de haarspeldbochten aansnijdt. Ik respecteer hun hobby. Waarom doen zij dit dan dan niet met onze hobby????

 

Na zo’n 6 km voel ik dat de benen terug ‘jus’ hebben en met twee tandjes bij te steken verhoog ik mijn tempo zodat ik ondankbaar mijn tempomaker achterlaat, al snel JP bijhaal en na een snelle blik en babbel op zoek ga naar koploper Gert. Juan heeft zijn snelle start wederom niet verteerd en komt me tegemoet om terug de airconditioning van de volgwagen op te zoeken. Gert staat echter al goed uitgerust op de top wanneer ik aankom. ZEER snel gevolgd door JP en Johan V. Ah ja : in de vallei heeft onze student onze troepen verlaten. Hoedje af echter voor de prestatie zonder training.

 

Na de inwendige mens versterkt te hebben dalen we af (4 km) naar Valloire alwaar we de gevreesde klim van de Galibier aanvatten. ’t Is van hieraf dat Chris onze troep versterkt. Hij heeft er echter voor gekozen om een zekere marge in te bouwen en zette aan toen wij pas aan de voet van de Télégraphe vertrokken. Verfrissing en afdaling bij mekaar genomen heeft hij dus meer dan één uur voorsprong. Een straffe Pantani die dit nog toerijdt !!!

 

De eerste kilometers van de Galibier zijn niet zo lastig (althans op de Alpen-schaal) en over koetjes en kalfjes babbelend rijden Gert en ik al snel enkele hectometers voor onze twee andere kompanen. Een verfrissende regen- en (lichte) hagelbui voorspelt weinig goeds voor het weer op de top. Wanneer we de 2000 m hoogte overschrijden krijgt Gert het even moeilijk. Ik verkies echter om mijn tempo te behouden en, nog enkele aanmoedigingen achterlatend, zet ik mijn ‘bestorming’ verder.

 

Halverwege, voor de kenners : voor het bochtengedeelte, staat de eerste volgwagen, die Chris had vergezeld, ons op te wachten. De Flor in lichte paniek want die weet dat Chris wellicht al boven staat, in (slecht) weer en wind, zonder droge kledij. Ik ben het getuur naar de hartslagmeter beu en verkies de beklimming verder op ‘benen- en lichaamsgevoel’ te doen. Sven en gevolg komen de wacht aflossen en Flor snelt naar boven, zijnen oudsten ter hulp.

 

Gert en JP, die me ondertussen terug waren gepasseerd, geef ik nog wat (goeie??) raad en steun mee wanneer ik ze op hun toer weer achterlaat. Vanaf hier is ’t namelijk ieder voor zich en moet éénieder zijn eigen kruis dragen.

 

Als polyglot had Chris boven echter al in zeven talen aan twee motards een vest afgeluisd. Bleek nu dat deze uit Erpe-Mere kwamen en dat Vlaams wel volstond.

 

Wanneer ik de laatste kilometer inzet komt ook de tweede volgwagen met Sven als een volleerd Lomme Driessens me nog wat steun toeroepen. Duizendpoot Sven staat me boven dan plots als freelance fotograaf op te wachten en schiet enkele prachtige kiekjes. Ook Chris laat zijn prachtprestatie op de gevoelige plaat leggen. Druppelsgewijs komen de overwinnaars van de Reus der Alpen boven. J V heeft zelfs nog tijd gehad om even een herberg-stop en bijhorende sanitaire stop in te las(t)en.

 

Boven zijn de weergoden ons mindergoed gezind en steekt plots een snijdende wind op, gevolgd door een heus onweer. Na een geslaagde recordpoging : Hoeveel mensen kunnen er in één Galaxy?? (*), besluiten JP, geplaagd door krampen en J V (darmstoornissen) wijselijk om een gevaarlijke afdaling achterwege te laten en zetten alleen Gert en ik, gekleed om naar de Noordpool te vertrekken, onze weg voort. Een dikke proficiat aan beide mannen die de tocht zover tot een goed eind hebben weten te brengen. JP vertrekt volgende week per fiets naar NICE (en RYAN-AIR vliegt al zo goedkoop!!!) en één der ritten brengt hem over de Télégraphe en Galibier. Van een generale repetitie gesproken!!!

 

Vanaf de top volgt een kleddernatte, super gladde, steile, gevaarlijke afdaling van zo’n 6 km tot op de top van de Lautaret. Hier gaan we rechtsaf en via la Garde en 55 km afdaling!!, enkele gevaarlijke tunnels en smerig hellende tussendoortjes, komen we in de buurt van ons startpunt : de voet van de Alp.

 

Gelukkig heeft Flor een afdaling gereden om rallyrijders van te doen blozen en op 5 km van Bourg d’Oisans haalt hij ons bij. Hier besluit Chris om ook (terug) te starten en de Alp te bedwingen. Ik gebruik deze onderbreking om me volledig om te kleden. Een zwak, teer poepken als ’t mijne heeft het niet zo begrepen op ’t gedacht om nog meer dan een uur gemarteld te worden met een doornat zeemvel.

 

Als twee verzopen kiekens en een halfzachte haan starten we met slechts één doel : DE TOP HALEN!!!!!!!!!!

 

Chris neemt meteen zijn eigen tempo aan. Gert en ik (die enkele kilo’s minder dienen mee te slepen maar ook VEEEEEL meer trainingskilometers in de benen hebben) sleuren ons naar het eerste punt waar de Alp ‘zich legt’ (ttz ipv zeer steil maar steil meer is).

 

Gert vraagt me om hem in zijn lijden alleen te laten en -overmoedig- versnel ik om een voor mij rijdende (lees : zwalpende) Nederlander op te peuzelen. Het is nu zowat de tiende keer dat ik deze mens zie vandaag en ik besluit dat dat genoeg is. Groots mijn gevoel wanneer ik hem meteen ter plaatse laat. Blijkt echter dat deze mens ook gisteren de Marmotte heeft gereden en dus vandaag voor de tweede dag op rij deze marteling ondergaat !!!!!!!!!!!!!!!!! ’t Kan alleen maar een Nederlander zijn die aan zo’n uitdaging denkt of begint.

 

Op 4 km van de top staan mijn ouders me nog aan te moedigen. Chris blijkt zijn poging gestopt te hebben in bocht 9 (van de 21) en heeft via de wondere weg van de modere techniek (GSM) aan de Flor gevraagd hem op te pikken.

 

Waneer ik Alpe d’Huez-dorp binnenrijd staan Sven, Sofie en Britt me op te wachten. Applaus weerklinkt alom en na een HIGH-FIVE met Sven stromen de tranen me over de wangen.(Ook over Sven’s wangen hoor ik nadien)

 

Op de top staan ook mijn ouders en Bram me op te wachten. Zeker 8 cm voorbij de meet zet ik voet aan de grond en verklaar meteen : “NOOIT MEER!!!!”

 

Terwijl ik ’t schatje op het thuisfront op de hoogte breng komt ook Gert in zicht. Deze heeft nog genoeg kracht om zelfs zijn ‘grote plaat te trekken’ en sprint nog naar boven. Hij haalt echter maar 4 cm voorbij de meet waar ik hem opvang. Een stevige handdruk en zelfs omhelzing later zitten we alweer op fiets om 4 km afdaling later in onze chalet de groep te vervoegen.

 

IEDEREEN TEVREDEN en dus een geslaagde MARMOTTE. Mijn ‘NOOIT MEER!!’ ten spijt : tot volgend jaar !!!!!!!!

 

 

148584_164196633618886_54246_n.jpg

 

 

Na een verkwikkende nachtrust besluiten Johan V, Bram, Juan en Chris op zondagmorgen (ipv naar de hoogmis te gaan) :  de Alp  moet eraan !!!! Een compleet gerecupereerde Gert ziet er zelfs geen graten in om hen te vergezellen!!!! Ik (al een aantal jaartjes ouder en een versleten knie rijker) zie dit niet meer zitten en zal deze keer de volgwagen bemannen. Marleen vergezelt me en bevrouwt dus de volgwagen.

 

Omdat er hier onderweg geen herbergen zijn besluit Johan V zich naar boven te spoeden voor de buikkrampen terug opkomen en met een verschroeiend tempo temt hij de verschrikkelijke ALP. Hij gaat zelfs zo snel dat hij de wegwijzers niet meer ziet en mij en zijn echtgenote boven op de top met een ‘KOEKOE!!’ verrast wanneer hij de meet van de andere kant nadert.

 

Ook Juan, Bram, Gert en Chris slagen in hun opzet. Omdat onze zolder nu vol vellen hangt is’t welletjes geweest en worden de stalen (alhoewel meestal aluminium en/of carbon) rossen op stal gezet. Allen kijken terug op een geslaagde uitstap en kijken al uit naar volgend jaar wanneer het volgend project wordt : beklimming van de  Mont Ventoux langs de drie zijden.

 

 

(*)

- op de voorzetel links : Juan

- in ’t midden (op de versnellingspook) : Chris

- voorzetel rechts : Marleen

- achterzetel rechts : Johan V

- achterzetel midden : Flor met op zijn kniën zijn eega Irma

- achterzetel rechts staat nog thuis maar op deze lege plaats zit Gert droge kledij aan te trekken

- buiten in de regen : Johan J die als kritiek meekrijgt dat hij voortaan maar een grotere wagen moet kiezen !!!

 

 

De commentaren zijn gesloten.