Als de mieren konden spreken...

Een selectie uit opgetekende fietsexploten. Mijn betere werk... Stoer

Om geen problemen te krijgen met de wetten van de privacy en met de rechten van de mens, zijn de meeste persoonsnamen fictief gekozen. En hier en daar neemt de auteur zijn bochten nogal ruim. Daarom lees je de teksten best met een korrel zout. Doe maar een grote korrel... 

 * * *

De dag dat, na Geraardsbergen, Hoei en zelfs Thuin, ook Frasnes zijn "Muur" kreeg: de Muur van Frasnes.  

Zaterdag 17 juni 2006, De Grote Kermisprijs “Op en rond de Muur van Frasnes”

Zoals gewoonlijk staat met de kermis op zaternamiddag een clubrit op het programma. Bestemming is deze keer Celles. Aan een vrij hoog tempo rijden we naar Onkerzele, waar Frank ons de berg opstuurt. Met dit warme weer vragen wij ons af waarvoor dat goed is. Veel tijd om erover na te denken is er niet want het fluitsignaal is nog maar gegeven of Jaco flitst ons voorbij en haast zich naar boven. Mijn diesel is nog niet op toeren en rustig in het wiel van Di Luca volg ik mee, de anderen achter ons aan. Op 100m van de “top” komt gewoontegetrouw Willem ons nog even voorbij: die begint pas te rijden als hij de meet ziet.

Op de Lessenbaan zien we weer hetzelfde gebeuren: Jaco eerst weg, neemt enkele meters en dan gaat de rest er achteraan. Nu zijn het Erik en Dieter die de gashendel even openzetten. Stuur vanonder laat ik mij meedrijven. De baan naar Frasnes schuift vlot onder de wielen door en in een mum van tijd passeren we Lahamaide en kunnen we aan de helling naar het Musée du Tour de France beginnen. Wie demarreert daar als eerste? Juist, weeral Jaco. Volgend weekend zal hij samen met Jowan en nog enkele gezellen de hellingen van de Marmotte-klassieker rijden: Croix-de-Fer, Télégraphe, Galibier en Alpe d’Huez. Jaco is duidelijk in vorm. Ook broer Kris – vroeger lichtjes beter in klimwerk dan nu - zal zich aan een Galibierke en een Alpke wagen. Succes mannen en tracht wat van de unieke omgeving te genieten!

Minder succesvol gaat het vandaag met onze rit. We hebben dit jaar al een en ander meegemaakt, maar blijkbaar nog niet alles. Deze keer zou onze sportdirecteur de show stelen. Rob had vandaag “’t-zitten-me-dunkt”. Jaco kan ervan meespreken. De situatie: we rijden een mooi tempo, Jaco naar gewoonte als laatste man. Plots “tuut tuut”, Rob claxonneert. Jaco laat zich uitzakken tot naast de volgwagen: Rob toont een grote fles water: “Heb ook mijn drank mee!”. Jaco knikt en lacht even en rijdt terug vooruit naar de staart van de groep. Beetje later: “tuut tuut”. Jaco naar auto: “Waar gaan we naartoe?”. “Celles!”, Jaco weer vooruit. Beetje later: “tuut tuut”. Zelfde scenario: “’t Is warm hé!”. Nog wat later, net bij het binnenrijden van Frasnes: “tuut tuut tuut tuut tuut…”. “Foert, nu is’t genoeg.”, denkt Jaco en hij blijft doorrijden, recht voor zich uit kijkend. Tot naast hem een gelijkaardig wit bestelautootje als onze volgwagen komt rijden, met een dame aan het stuur: “Vous avez une voiture qui vous suit? Elle est entrée dans une maison!”. Jaco: “Eh? Quoi? Ooh! Euh, merci de dire ça à je!” Nog een fluitsignaal om ons peloton te stoppen en Jaco keert zijn fiets en rijdt terug, benieuwd naar wat er gebeurd is.

Terwijl de rest van ons - nog niets speciaals vermoedend - daar zo in Frasnes aan de kant staan om onze achtergebleven volgwagen op te wachten, stopt een vriendelijke meneer die ons vraagt “Vous parlez Français?”. “Ah oui! Bien sûr!”. “La voiture a heurté une maison. Le chauffeur n’a rien ... mais la façade!”. De gelaatsuitdrukking en het handgebaar dat hij daarbij maakt, spreken boekdelen. ’t Is nie waar hé? Rob zal de auto toch niet naast de mensen hun salontafelke geparkeerd hebben?

Met ongeloof rijden we vijfhonderd meter terug. Onze volgwagen, een klein Renault bestelwagentje, staat er naast een boerderij geparkeerd, vooraan de koplamp en de bumper licht beschadigd. Ziet er nog zo erg niet uit? Tenminste, tot wanneer we die gevel bemerken! Djiezes, scheuren over heel de façade! Wat eens een mooie rechte muur was, is nu een mooie gewelfde wand waar je bij manier van spreken bij regenweer onder kan gaan schuilen. Dat wordt compleet hermetsen! “Verblind door de zon”, zegt onze chauffeur, die gelukkig zelf niets aan de bots overhoudt. Terwijl hij en Frank met de eigenaar de paperassen regelen voor de verzekering, besluiten wij de verongelukte rijsttaartjes op te eten. Celles zullen we toch niet zien vandaag. We houden het maar bij de Muur van Frasnes en keren terug richting Lahamaide en Flobecq, de volgwagen in ons spoor, de nummerplaat vooraan aan 1 vijs bengelend... We zullen het verder best bij brede wegen houden, zeker?

In Flobecq rijden we de lange helling “Brique” (ofte Potterée) nog eens op, tot Motte. Roger schiet er in actie en slaat er met enkele gelijkgezinden een gat, maar moet naar eigen zeggen boven toch even naar adem happen. Dit is een van de langste hellingen uit de streek, over ruw asfalt nog wel, en dus kan je er een tijdje op knabbelen en zelfs je tanden op stukbijten. Maar ’t was wel lang geleden dat we er nog eens konden van genieten!

Via Brakel, Lierde en Hemelveerdegem voltooien we ons toerke van 80km. Was de rit door de omstandigheden wat korter dan gepland, de après-bike heeft er niet minder om gesmaakt! We zullen ons deze uitstap herinneren als de Grote Kermisprijs “Op en rond de Muur van Frasnes”.

* * *

Mijn eerste trappen...   (met een mountainbike, september 2006)

Mijn eerste stappen: daar weet ik niks meer van, maar 't moet mij toen zeker gelukt zijn.
Mijn eerste trappen: dat is wat anders. Hierbij mijn verhaal van een paar jaar geleden, misschien ter inspiratie...
...
Wat wel lukt zijn de Geraardsbergse trappen! Oudenbergkapel, Hemelrijk, Guilleminlaan… laat maar komen. ’t Heeft wel wat oefening gekost.
Eerst terwijl niemand keek, de afdaling van de trappen aan de Oudenbergkapel. Die trappen zijn netjes herlegd. De leuning deed dienst als start-houvast. Dok – dok; dok – dok; dok – dok... De ketting rammelt. Stuur recht vasthouden. Wow, I did it!

Daarna wou ik het Hemelrijk aanpakken, maar zowel boven als beneden liep teveel volk rond naar mijn goesting. Heb ook geen zin om “for a life audience” op mijn bek te gaan. Dan maar naar de Guilleminlaan: daar zijn heel wat trappen. Vlak voor de relingmuur en de hoge stoep heb je rechts 2 trappen: eentje bestaat uit heel lange treden, alsof je telkens een trottoirrand afrijdt. Niet moeilijk, zeker niet na die Oudenbergtrap van daarnet. De andere trap, iets lager gelegen, is andere koek: begint met steile treden, dan opnieuw trottoirs afrijden, daarna weer steil. ’t Is mij gelukt: eerst beneden 3 steile treden trachten te nemen, startend met de leuning als houvast: dok – dok; dok - dok; dok- dok. Oef! Dan de benedenste trap helemaal. Handen aan de remmen: gedoseerd naar beneden. Okee, lukt ook. Daarna de hele trap. Olé. Drie keer gedaan; dan opnieuw naar het Hemelrijk.

 

trappen Gbergen nieuw.png

 

Met heel wat meer zelfzekerheid (én met publiek) draai ik naast de taverne de trappen af. Het zijn lange, schuin aflopende treden, telkens met een boord die wat teruggekanteld zit. Het lukt mij probleemloos om, mits afremmen, gecontroleerd naar beneden te bollen. “Hé, papa, kijk: die mountainbiker rijdt daar af!” Mijn ego direct gestreeld. 't Gaat goed... tot de laatste 10 treden: een onverwachte complicatie: de eerste droge herfstbladeren… Ik voel de grip van mijn voorwiel verminderen: ik kan amper nog bijremmen. Remmen achteraan kan ik vergeten, want op zo’n trappen werken die quasi niet. Met al mijn courage bijeen laat ik mij de laatste 4 – 5 treden gewoon ongeremd doorbollen. De snelheid neemt direct toe, maar de redding is nabij: ik kom terug op de kasseien van de Muur. En ik heb geen gaten gemaakt in mijnheer De Padt zijn trappen.

Conclusie: het lukt perfect om de trap naast het Hemelrijk af te rijden! Is zelfs heel plezant om te doen. 1 kanttekening: ik zou dit alleen aanraden wanneer er geen bladeren liggen (en liefst wanneer de treden ook droog zijn). De remkracht op het voorwiel is nodig om de snelheid onder controle te houden. Bladeren of natte stenen kunnen dan wat hinderlijk zijn.

En dan wat later nog een stapke, of beter: een trapke verder:

Pollare: trap vanaf de kerk naar beneden... the max! Vooral de laatste treden geven extra suspens. Banden niet te hard, gewicht naar achterwiel verplaatsen, licht bijremmen en go! Check vooraf even of er beneden geen geparkeerde auto staat. En kijk ook uit voor wandelaars...

De commentaren zijn gesloten.